Een van de grootste dichters van India, Rabindranath Tagore, werd heel erg in verlegenheid gebracht door een oude man die zijn grootvaders vriend was. De oude man kwam vaak langs, want hij woonde in de buurt, en nooit verliet hij het huis zonder het Rabindranath moeilijk gemaakt te hebben. Steevast klopte hij op zijn deur om te vragen: “Hoe gaat het met de dichtkunst? Ken je God werkelijk? Weet je ook wat liefde is? Vertel me eens, ken je al deze dingen waar je in je gedichten over schrijft? Of kun je het alleen goed onder woorden brengen? Elke idioot kan praten over liefde, over God, over de ziel, maar ik zie niet in je ogen dat je iets hebt ervaren.” En Rabindranath kon niets terugzeggen, want hij had eigenlijk gelijk. Als hij de oude man op de markt tegenkwam, hield deze hem aan om te vragen: “Hoe zit het me je God, heb je hem gevonden? Of ben je nog steeds gedichten over hem aan het schrijven? Bedenk wel, praten over God is niet God kennen.”

Een lastige man

Hij was een uiterst lastige man. Op bijeenkomsten van dichters, waar men groot respect had voor Rabindranath – hij was Nobelprijswinnaar – kwam die oude man steevast. Op het podium, in het bijzijn van alle dichters en vereerders van Rabindranath, pakte hij hem dan bij zijn kraag en zei: “Nog steeds is het niet gebeurd. Waarom zit je deze idioten te misleiden? Zij zijn de kleine idioten, jij bent een grotere idioot. Zij zijn niet bekend in het buitenland, jou kennen ze over de hele wereld, maar dat betekent niet dat jij God kent.” Rabindranath schreef in zijn dagboek: “Hij bestookte me zozeer en hij had zulke doordringende ogen, dat het onmogelijk was hem iets voor te liegen. Zijn hele aanwezigheid was zodanig dat je of de waarheid moest zeggen of zwijgen.”

Maar dan

Op een dag gebeurde het. Rabindranath was een ochtendwandeling gaan maken. ’s Nachts had het geregend. Het was heel vroeg in de ochtend en de zon kwam op. De oceaan was geheel goudkleurig en langs de kant van de weg had het water kleine plassen gevormd. Ook in die kleine plassen kwam de zon op met dezelfde glorie, kleur en blijdschap. En door simpelweg deze ervaring – dat in het bestaan niets meerwaardig is en niets minderwaardig, dat alles één geheel is – gebeurde plotseling iets in hem. Voor het eerst in zijn leven ging hij naar het huis van de oude man, klopte aan, keek de oude man in zijn ogen en zei: “Wat zegt u nu? ” Hij zei: “Er valt nu niets te zeggen. Het is gebeurd, ik zegen je.” Het ervaren van je onsterfelijkheid, van je oneindigheid, van je heelheid, van je een-zijn met het bestaan, is altijd mogelijk. Er is slechts een schokkende ervaring voor nodig. onsterfelijkheid © Osho, “De laatste illusie”. https://shop.osho.com/nl/boeken/de-laatste-illusie

Het ervaren van je onsterfelijkheid
Getagd op:            

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *