Toen zei een rijke: Spreek tot ons over geven.
En hij antwoordde: Je geeft maar weinig, als je geeft van je bezit.
Alleen wanneer je van jezelf geeft, geef je ten volle.
Want wat zijn je bezittingen anders dan dingen, die je bewaart en bewaakt uit angst, dat je ze morgen nodig zult hebben?
En morgen, wat zal de dag van morgen brengen aan de over-voorzichtige hond, die beenderen begraaft in het spoorloze zand, terwijl hij de pelgrims volgt naar de heilige stad?
En wat is vrees voor nood anders dan die nood zelf?
Is juist niet de angst voor dorst, wanneer je put vol is, onlesbare dorst?

Er zijn mensen, die slechts weinig geven van het vele dat zij hebben – en zij geven het om gezien te worden en hun verborgen wens maakt hun gaven onrein.
En anderen hebben weinig en zij geven alles.
Zij geloven in het leven en deszelfs overvloed en hun schatkist is nooit ledig. Ook zijn er, die met vreugde geven en hun vreugde is hun beloning.
En wie met pijn geven, vinden in de pijn hun doop.
Maar er zijn ook mensen, die geven en geen pijn kennen bij het geven, noch deszelfs vreugde zoeken, noch denken dat het deugdzaam is.
Zij geven zoals in de gindse vallei de mirt haar geur verspreidt.
Door hun handen spreekt God en door hun ogen gaat zijn glimlach over de aarde.

Het is goed te geven, wanneer ons wordt gevraagd, maar beter nog is ongevraagd te geven, uit begrijpen.
Voor wie open van handen is, is het zoeken naar wie ontvangen van groter vreugde dan het geven.
En is er iets, wat je wilt achterhouden?
Al wat je hebt, zal eens worden weggeschonken;
geeft dus nu, opdat jezelf en niet je erfgenaam, de tijd van geven bepaalt.

Vaak zeg je: ‘ik wil graag geven, maar alleen aan die het waardig zijn.’
Zulks zeggen niet de bomen in je boomgaard, noch de kudden op je weiden. Zij geven opdat zij het leven hebben, want terughouden betekent ondergaan.
Waarlijk, hij die zijn dagen en zijn nachten waardig is, mag aanspraak maken op al het jouwe.
En hij die drinken mag uit ’s levens oceaan, mag ook zijn beker vullen uit je kleine stroom.
En welke woestijn is er groter dan die besloten ligt in de moed en het vertrouwen, ja in de barmhartigheid van het ontvangen?
En wie ben jij, dat de mensen hun borst zouden openscheuren en hun trots blootleggen, opdat jij hun waarde naakt en hun trots zonder schaamte moogt zien?

Zie toe dat jezelf verdient een gever te mogen zijn en een werktuig tot geven. Want voorwaar, het is het leven dat het leven geeft – terwijl jij die jezelf een gever acht niet meer dan een getuige bent. En jij ontvangende – en dan ben je allen – matig je geen dankbaarheid aan, opdat je geen juk legt op jezelf en op hem die geeft. Stijgt veeleer samen met de gevende op zijn gaven op als op vleugelen. Want te veel aandacht schenken aan je schuld is twijfelen aan zijn edelmoedigheid, die de gulle aarde tot moeder en God tot vader heeft. De-Profeet

Geven
Getagd op:        

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *